ECLI:NL:CRVB:2012:BW5861
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor maatstaf arbeid
Appellant werd wegens psychische klachten arbeidsongeschikt voor zijn werk als procesoperator en kreeg geen recht op een WIA-uitkering omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit. Na ziekmelding wegens nek- en schouderklachten en een periode van werken via uitzendbureaus, werd hem door het UWV per 7 september 2009 de Ziektewetuitkering ontzegd.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat onduidelijk was welke functie als maatstaf arbeid diende; de rechtbank koos voor het laatst verrichte werk als productiemedewerker. De Raad stelde echter vast dat appellant deze functie slechts kort heeft uitgeoefend en ongeschikt was, en gaf de voorkeur aan een eerdere functie als operator bij een andere werkgever als maatstaf arbeid.
De medische rapportages van verzekeringsartsen en bezwaarverzekeringsartsen toonden aan dat appellant geschikt is voor deze maatstaf arbeid, ondanks zijn klachten. Het hoger beroep van appellant faalde omdat zijn medische stukken en argumenten het standpunt van de artsen niet ondermijnden. De Raad bevestigde daarom de vernietiging van het bestreden besluit en handhaafde de rechtsgevolgen dat appellant geen recht heeft op Ziektewetuitkering.
Uitkomst: Appellant wordt geacht geschikt te zijn voor zijn maatstaf arbeid en heeft geen recht op Ziektewetuitkering vanaf 7 september 2009.