ECLI:NL:CRVB:2012:BW5868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig vleestrimmer, viel in 2001 uit wegens chronische hoofdpijn en kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2005 werd deze uitkering beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor vijf voorbeeldfuncties. Na ziekte in 2008 en 2010, waarbij appellant zich ziek meldde wegens migraine en psychische klachten, weigerde het UWV Ziektewet-uitkeringen toe te kennen op basis van medische onderzoeken.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, omdat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en er geen nieuwe medische informatie was die het tegendeel bewees. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde een ongedateerde brief van een neuroloog.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische onderzoeken zorgvuldig en volledig waren uitgevoerd, dat de bezwaarverzekeringsartsen appellant hadden onderzocht en dat er geen reden was om aan hun conclusies te twijfelen. De brief van de neuroloog werd niet als voldoende bewijs gezien. Appellant wordt geacht ten minste één van de geselecteerde functies te kunnen verrichten. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.