ECLI:NL:CRVB:2012:BW5871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning Wajong-uitkering op basis van arbeidsongeschiktheid
In deze zaak heeft appellante, geboren in 1978, op 22 oktober 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft op 31 mei 2010 besloten om deze aanvraag te weigeren, omdat appellante per 18 juli 1996 voor minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit was gebaseerd op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige. De rechtbank Haarlem heeft het beroep van appellante tegen dit besluit op 10 december 2010 ongegrond verklaard, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Centrale Raad van Beroep heeft op 16 mei 2012 uitspraak gedaan in deze zaak. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit van het Uwv zorgvuldig was voorbereid en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van het medisch onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts had de dossiergegevens bestudeerd en was aanwezig bij de hoorzitting. De Raad benadrukte dat appellante niet had aangetoond dat zij tussen juli 1995 en juli 1996 arbeidsongeschikt was, en dat de bewijslast bij haar lag, vooral gezien het feit dat het medisch beeld met de tijd moeilijker vast te stellen is.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het hoger beroep van appellante niet slaagde. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van griffier K.E. Haan, en werd openbaar uitgesproken op 16 mei 2012.