ECLI:NL:CRVB:2012:BW5871
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid in 1996
Appellante heeft op 22 oktober 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd met terugwerkende kracht tot 18 juli 1996. Het UWV heeft dit verzoek geweigerd omdat zij op die datum minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige hebben dit oordeel onderbouwd met een zorgvuldig medisch onderzoek.
De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij onvoldoende medische onderbouwing leverde voor haar stelling dat zij reeds in 1995-1996 arbeidsongeschikt was. Appellante stelde dat zij pas in 2004 de juiste diagnose kreeg, maar dit was onvoldoende om haar arbeidsongeschiktheid in de eerdere periode aannemelijk te maken.
In hoger beroep heeft appellante haar standpunt herhaald, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt. Zonder concrete medische gegevens kon het UWV niet meer beperkingen vaststellen. Het hoger beroep is daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.