ECLI:NL:CRVB:2012:BW5881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante was arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering, die later werd ingetrokken wegens herstel van arbeidsvermogen. Na intrekking ontving zij een Werkloosheidswet-uitkering, maar meldde zich meerdere malen ziek. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek door verzekeringsartsen vast dat appellante geschikt was voor bepaalde functies, waarna haar Ziektewet-uitkering werd beëindigd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische toestand niet was veranderd en dat de geduide functies niet passend waren. Zij overlegde medische informatie en een WSW-indicatie. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de ingebrachte informatie onvoldoende aanknopingspunten bood om het oordeel van de verzekeringsartsen te betwijfelen.
De Raad benadrukte dat de criteria voor de WSW-indicatie verschillen van die voor de beoordeling van arbeidsgeschiktheid in het kader van de Ziektewet. Ook was niet gebleken dat de verzekeringsartsen niet over alle relevante medische gegevens beschikten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de Ziektewet-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de Ziektewet-uitkering bevestigd.