ECLI:NL:CRVB:2012:BW5885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding SpeechEasy als werkvoorziening wegens onvoldoende duidelijk nut en effect
Betrokkene, die na een operatie een toegenomen stotterprobleem had, vroeg vergoeding van de kosten van een SpeechEasy, een hulpmiddel tegen stotteren, als werkvoorziening op grond van art. 35 lid 1 Wet Pro WIA. Appellant, het UWV, wees dit af op basis van een vaste gedragslijn dat dergelijke hulpmiddelen niet als adequate werkvoorziening worden beschouwd vanwege gebrek aan onderzoek naar nut en effect op lange termijn.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat appellant niet redelijkerwijs kon volhouden dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking van het beleid rechtvaardigden, omdat betrokkene met de SpeechEasy zijn werk weer kon verrichten. Appellant stelde in hoger beroep dat de vaste gedragslijn redelijk was en dat geen bijzonder geval was aangetoond.
De Raad bevestigde dat appellant in redelijkheid tot het beleid kon komen, maar oordeelde dat appellant zijn inherente afwijkingsbevoegdheid had moeten gebruiken vanwege de bijzondere omstandigheden van betrokkene, die aantoonbaar baat had bij de SpeechEasy. Het nut en effect waren voor betrokkene ruim twee jaar na aanschaf voldoende duidelijk. Appellant handelde in strijd met art. 4:84 Awb Pro door niet af te wijken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.