ECLI:NL:CRVB:2012:BW5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid als kalverenmester
Appellant was werkzaam als kalverenmester en meldde zich op 28 maart 2007 ziek vanwege pijnklachten in armen en voeten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe. Na hervatting van zijn werkzaamheden per 1 januari 2009 beëindigde het UWV het recht op ziekengeld. Op 23 oktober 2009 viel appellant opnieuw uit met pijnklachten. Een medisch onderzoek door verzekeringsarts Beissel op 10 december 2009 concludeerde dat appellant vanaf 11 december 2009 geschikt was voor zijn laatst verrichte werk.
Het bezwaar van appellant tegen het besluit van het UWV om het ziekengeld te beëindigen werd ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde of appellant op medische gronden geschikt kon worden geacht voor zijn werk als kalverenmester voor 28 uur per week. De Raad stelde vast dat de juiste maatstaf voor “zijn arbeid” werd gehanteerd, gebaseerd op een arbeidsdeskundig rapport.
De medische onderzoeken toonden geen afwijkingen die het ongeschikt zijn voor het werk konden onderbouwen, behalve een anatomische afwijking aan de voet die met orthopedisch schoeisel werd ondersteund. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en de uitkomst juist. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld is terecht beëindigd omdat appellant geschikt was voor zijn laatst verrichte werk als kalverenmester.