ECLI:NL:CRVB:2012:BW5990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WGA-vervolguitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als machineoperator, viel in 2004 uit wegens nek- en rugklachten en ontving vanaf 2006 een WGA-uitkering. In 2010 werd deze uitkering herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, waartegen appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele beperkingen niet waren onderschat.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat hij volledig arbeidsongeschikt is, met recente medische informatie van zijn neuroloog ter onderbouwing. Het UWV stelde dat er sprake was van een verslechtering van het ziektebeeld na de bestreden datum, waardoor appellant vanaf mei 2011 volledig arbeidsongeschikt werd geacht.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was het UWV-medisch oordeel te betwijfelen. De signaleringen over mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid werden afdoende toegelicht. Ook het bezwaar van appellant tegen de geschiktheid van de geduide functies vanwege taalniveau en opleiding werd verworpen. Het verzoek om benoeming van een deskundige werd eveneens afgewezen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door H.G. Rottier in aanwezigheid van griffier N.S.A. El Hana op 16 mei 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WGA-vervolguitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.