ECLI:NL:CRVB:2012:BW5992

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1146 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens passendheid functie soldering technician

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 15 september 2009. Dit besluit was gebaseerd op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige rapporten. De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de functie soldering technician passend was, mede omdat er geen medische aanwijzingen waren voor een gebrekkige oog-handcoördinatie.

In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat hij beschikte over de vereiste zeer goede oog-handcoördinatie voor de functie. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant op de belastbaarheidsaspecten ‘Zien’ en ‘Hand- en vingergebruik’ niet beperkt was volgens de Functionele Mogelijkheden Lijst en dat de bezwaararbeidsdeskundige had geconcludeerd dat appellant de functie kon vervullen.

De Raad achtte de toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige adequaat en concludeerde dat de functie soldering technician terecht als passend was beschouwd. Aangezien de geschiktheid van de andere functies niet was betwist, was bespreking van de reservefunctie steksteker niet nodig. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

11/1146 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 6 januari 2011, 10/206 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 16 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.A.C. Klein Hesselink, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige ingebracht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Klein Hesselink. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.W.L. Clemens.
OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 21 augustus 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 15 september 2009 geen recht is ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Dit besluit steunt op een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig rapport.
1.2. Bij besluit van 28 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 21 augustus 2009 gehandhaafd. Het bestreden besluit berust op rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank, voor zover van belang, overwogen dat zij zich kan verenigen met de motivering van de bezwaararbeidsdeskundige dat de vier overgebleven functies appellants belastbaarheid niet te boven gaan. In het bijzonder heeft de rechtbank hierbij geoordeeld dat nu er geen medische verklaring is voor een gebrekkige oog-handcoördinatie niet kan worden ingezien dat appellant de functie van soldering technician niet kan verrichten.
3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat met betrekking tot de uitvoering van de functie soldering technician een zeer goede oog-handcoördinatie is vereist. Naar de mening van appellant dient het Uwv in een dergelijk geval te motiveren dat appellant daarover beschikt. Hieraan is de rechtbank ten onrechte voorbijgegaan. De passendheid van de reservefunctie steksteker is eveneens gemotiveerd bestreden.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad stelt vast dat tussen partijen de medische grondslag van het bestreden besluit niet in geschil is.
4.2. Ten aanzien van de door appellant bestreden functie soldering technician heeft de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport van 12 april 2011 opgemerkt dat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 7 juli 2009 geen verminderde mogelijkheden zijn vastgesteld voor de belastbaarheidsaspecten ‘Zien’ en ‘Hand- en vingergebruik’. De bezwaararbeidsdeskundige heeft voorts vastgesteld dat appellant aan de voor deze functie blijkens de arbeidsmogelijkhedenlijst van 19 januari 2010 gevraagde opleiding voltooid basisonderwijs voldoet en dat het hebben van ervaring niet noodzakelijk is. Evenmin is het beschikken over specifieke vaardigheden, eigenschappen of kwalificaties vereist. Appellant ontvangt een Individuele Productie Training als interne opleiding voor de duur van vier dagen en gedurende een week een (externe) opleiding voor een soldeercertificaat. Gelet op het voorgaande heeft de bezwaararbeidsdeskundige geconcludeerd dat appellant, gelet op zijn krachten en bekwaamheden, in staat moet worden geacht de functie van soldering technician te vervullen.
4.3. Appellant heeft hier desgevraagd ter zitting tegenover gesteld dat het Uwv nog immer niet heeft gemotiveerd dat appellant voldoet aan de vereiste zeer goede oog-handcoördinatie.
4.4. De Raad stelt vast dat appellant op belastbaarheidsaspecten ‘Zien’ en ‘Hand- en vingergebruik’ in de FML niet beperkt is geacht. In het “resultaat functiebeoordeling” is bij de functie soldering technician op deze aspecten geen signalering verschenen. De Raad leidt hieruit af dat de gevraagde oog-handcoördinatie binnen de normaalwaarde van voornoemde aspecten valt. Gelet op de systematiek bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid acht de Raad de in 4.1 weergegeven toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige dan ook adequaat.
4.5 Nu de functie soldering technician voor appellant terecht als passend is beschouwd en de geschiktheid van de overige twee functies die aan de schatting ten grondslag zijn gelegd niet is betwist, behoeft de functie steksteker, als reservefunctie, geen bespreking.
4.6. Gelet op de overwegingen 4.1 tot en met 4.5 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) K.E. Haan.
KR