ECLI:NL:CRVB:2012:BW5994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 5 september 1995 waarbij haar arbeidsongeschiktheidsuitkering werd ingetrokken met ingang van 1 november 1995. Het UWV handhaafde dit besluit in een bestreden besluit van 2 juni 2010, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die heroverweging rechtvaardigden. Tevens was niet gebleken dat haar arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na intrekking was toegenomen als gevolg van dezelfde ziekteoorzaak.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen dit bestreden besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er wel sprake was van een relevante toename van haar beperkingen tussen 1995 en 2000, wat heropening van de uitkering zou rechtvaardigen. Zij overlegde aanvullende informatie van haar huisarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze informatie niet overtuigend was en dat het rapport van de bezwaarverzekeringsarts juist gemotiveerd had vastgesteld dat er geen toename van beperkingen was gebleken. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die het UWV verplichtten het intrekkingsbesluit te herzien. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit in het openbaar op 16 mei 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht weigert terug te komen op het intrekkingsbesluit van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.