ECLI:NL:CRVB:2012:BW5996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting bij autotransacties
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1999 en werden geconfronteerd met een herzieningsbesluit waarbij de bijstand over oktober 2007 tot februari 2008 werd ingetrokken en teruggevorderd wegens vermoedelijke handel in voertuigen zonder melding hiervan. Uit onderzoek van de RDW bleek dat gedurende deze periode meerdere kentekens kortstondig op naam van appellant stonden, wat volgens vaste rechtspraak duidt op transacties.
Appellanten stelden dat twee auto’s op naam waren gezet om de broer van appellant te helpen, maar deze verklaring werd door de Raad niet gevolgd vanwege inconsistenties en het ontbreken van bewijs dat de broer zijn rijbewijs niet bij zich had. De Raad oordeelde dat appellanten de inlichtingenverplichting schonden door deze transacties niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering van €3.984,36 bleef gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting.