ECLI:NL:CRVB:2012:BW6006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij intrekking terugvordering bijstand
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarin een voorschot algemene bijstand van €400 werd teruggevorderd wegens vermeend onrechtmatig ontvangen bijstand. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Tijdens het hoger beroep herzag het college het oorspronkelijke besluit en trok het de terugvordering in, waarmee het oorspronkelijke standpunt niet langer werd gehandhaafd. Hierdoor werd geheel tegemoetgekomen aan de beroepsgronden van appellant.
De Raad oordeelde dat door deze intrekking het procesbelang van appellant bij de beoordeling van het bestreden besluit was komen te vervallen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na intrekking van het terugvorderingsbesluit.