ECLI:NL:CRVB:2012:BW6012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet-melding van bezit onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen bijstand sinds 1997. Na een fraudemelding over het bezit van een appartement en een woning in Turkije werd een onderzoek ingesteld. Uit taxaties bleek dat de waarde van deze woningen het vrij te laten vermogen overschreed. Het college trok de bijstand per 29 januari 2008 in en vorderde terugbetaling.
Appellanten betwistten de taxatiewaarde en stelden dat de woningen verkocht waren voor lagere bedragen, maar konden dit niet met verifieerbare gegevens onderbouwen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de taxaties door een deskundige architect zorgvuldig waren uitgevoerd en dat de schending van de inlichtingenplicht een rechtsgrond voor intrekking vormde. Het vermogen van appellanten vormde een beletsel voor bijstandsverlening. De verkoop van de woningen kon niet worden aangetoond, waardoor het recht op bijstand vanaf 11 september 2008 niet kon worden vastgesteld.
Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege het niet melden van onroerend goed en het ontbreken van bewijs van verkoop.