ECLI:NL:CRVB:2012:BW6031
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-besluit brief in WWB-procedure niet-ontvankelijk verklaard
Appellant, een bijstandsgerechtigde op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maakte bezwaar tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van Medemblik waarin hij werd uitgenodigd voor een gesprek over zijn arbeidsmogelijkheden. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep van appellant af. Appellant stelde dat de brief wel een besluit was of daaraan gelijkgesteld moest worden op grond van artikel 79 WWB Pro en vorderde daarnaast materiële en immateriële schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatigheden en overschrijding van de redelijke termijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de brief inderdaad geen besluit is en dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de procedure nog geen vier jaar in beslag had genomen. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de brief is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.