ECLI:NL:CRVB:2012:BW6053
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 2 bij loonsanctie WIA
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad, waarin het beroep van betrokkene tegen een loonsanctie WIA werd toegewezen. De loonsanctie hield in dat de loondoorbetalingsverplichting van betrokkene werd verlengd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat betrokkene onvoldoende inspanningen had verricht in spoor 2, mede omdat de bedrijfsarts een medische situatie had vastgesteld waarin werkneemster geen benutbare mogelijkheden meer zou hebben. De Raad stelt echter vast dat de verzekeringsarts een gewijzigde medische situatie heeft vastgesteld vanaf 24 oktober 2008, waarbij wel benutbare mogelijkheden aanwezig zijn, en dat betrokkene niet adequaat heeft gereageerd op dit gewijzigde medische advies.
De Raad concludeert dat betrokkene vanaf die datum had moeten starten met re-integratieactiviteiten in spoor 2, wat niet is gebeurd. De eerdere visie van de bedrijfsarts kon niet meer worden gevolgd zonder nadere medische toetsing. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie.
Daarnaast veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van werkneemster voor zowel de beroeps- als hogerberoepsfase.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd omdat betrokkene onvoldoende re-integratie-inspanningen in spoor 2 heeft verricht.