ECLI:NL:CRVB:2012:BW6180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar en schadevergoeding bij wijziging fasering werkzoekende en overschrijding redelijke termijn
Appellant maakte bezwaar tegen een wijziging van zijn fasering als werkzoekende en tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar. Het college had uitnodigingsbrieven gestuurd die appellant niet als besluiten kon aanmerken. De rechtbank vernietigde het besluit tot wijziging van fasering en gaf opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar, inclusief beoordeling van schadevergoeding.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat de brieven geen besluiten zijn in de zin van de Awb en dat het bezwaar tegen deze brieven terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt welke schade hij had geleden door de wijziging van de fasering, de herroeping daarvan, of door de vertraagde uitvoering van de uitspraak.
Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar werd ongegrond verklaard omdat het bezwaar terecht was doorgezonden en er wel degelijk op was beslist. De Raad besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding wegens mogelijke overschrijding van de redelijke termijn, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij is betrokken.
Uitkomst: De Raad wijst de verzoeken om schadevergoeding af en verklaart het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar ongegrond.