ECLI:NL:CRVB:2012:BW6219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet verschijnen bij re-integratietraject
Appellante ontvangt sinds juni 2003 bijstand en is in april 2008 gestart met een re-integratietraject bij Re-integratiebureau Alexander Calder (RAC). Op 4 en 5 september 2008 is zij niet verschenen bij RAC en was zij niet thuis tijdens een huisbezoek. Het college heeft daarop bijstand met 50% verlaagd voor één maand.
Appellante maakte bezwaar tegen deze maatregel, stellende dat psychische, fysieke en sociale problemen, alsmede het ontbreken van beltegoed en een kapotte deurbel, dringende redenen vormden om af te zien van de maatregel. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het niet verschijnen kwalificeert als een gedraging van de vierde categorie onder de WWB-verordening, rechtvaardigend een verlaging van de bijstand. De aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd en vormen geen dringende reden om de maatregel te matigen of af te zien. Het hoger beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 50% voor één maand wegens niet verschijnen bij het re-integratietraject wordt bevestigd.