ECLI:NL:CRVB:2012:BW6318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WAO-uitkering wegens onvoldoende zorgvuldige vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatst werkzaam als schoonmaker, viel uit in 1993 wegens een psychotische stoornis en ontving vanaf 1994 een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in 2006 in, stellende dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was, wat door appellant werd bestreden.
Na diverse besluiten en bezwaarprocedures oordeelde de rechtbank dat de medische onderbouwing ondeugdelijk was en vernietigde de besluiten. De Centrale Raad van Beroep benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat appellant een chronische schizofrene stoornis heeft met bijkomende beperkingen, en dat deze beperkingen op de relevante data in 2006 en 2007 niet minder waren dan later vastgesteld.
De Raad stelde vast dat het UWV-besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, en gaf het UWV de opdracht het besluit binnen zes weken te herstellen in overeenstemming met de bevindingen van de deskundige. Hiermee werd appellant geen recht op WAO-uitkering toegekend, maar werd het besluit over de mate van arbeidsongeschiktheid herzien.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV krijgt opdracht het besluit te herstellen conform het deskundigenrapport.