ECLI:NL:CRVB:2012:BW6319
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ziekengelduitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als parttime kassamedewerkster, overblijfmoeder en medewerkster naschoolse opvang en meldde zich ziek op 30 maart 2009 wegens lichamelijke en later psychische klachten. Na meerdere medische beoordelingen verklaarde de verzekeringsarts haar per 10 december 2010 geschikt voor haar maatgevende arbeid, waarop het UWV de ziekengelduitkering beëindigde.
Het bezwaar van appellante tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar klachten waren verslechterd en dat de aard van haar werk stressvol en belastend is, hetgeen onvoldoende is meegewogen.
De Raad oordeelt dat de rapportages van de bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts voldoende inzicht geven in de aard van het werk en de medische situatie. De werkzaamheden bieden voldoende afwisseling en zijn niet stressvol in die mate dat zij ongeschikt is. Nieuwe medische informatie bracht geen nieuwe gezichtspunten. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de ziekengelduitkering bevestigd.