ECLI:NL:CRVB:2012:BW6393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant ontving sinds 1990 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herzag deze uitkering per 17 maart 2009 naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en voerde toegenomen klachten aan, ondersteund door een psychiatrisch rapport en een expertise van een bedrijfsarts met aanvullende medische informatie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV-onderzoek voldoende zorgvuldig en diepgaand was en dat de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts over de functionele mogelijkheden van appellant juist waren. In hoger beroep werd een aanvullend psychiatrisch rapport overgelegd dat een verslechtering van de psychische toestand na de datum in geding constateerde.
De Raad concludeert dat het UWV terecht is uitgegaan van recente medische gegevens en dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen van appellant passend heeft meegewogen. De toename van arbeidsongeschiktheid na de datum in geding beïnvloedt het bestreden besluit niet. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 17 maart 2009.