ECLI:NL:CRVB:2012:BW6627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het UWV om herziening van een besluit uit 2004 waarin hij werd afgewezen voor een WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Het UWV handhaafde dit besluit en wees een herzieningsverzoek in 2009 af, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die aanleiding gaven tot heroverweging.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische gegevens over een rugoperatie in 2006 weliswaar nieuw waren, maar niet leidden tot een ander besluit omdat zij de oorspronkelijke beoordeling niet onjuist maakten. Appellant stelde dat zijn klachten waren toegenomen en dat er sprake was van een objectiveerbare afwijking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV bevoegd was het verzoek af te wijzen en dat de medische stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden in de zin van de Awb. Ook werd overwogen dat medische stukken die pas in hoger beroep worden ingebracht niet in de beoordeling mogen worden betrokken als ze niet bij het bestuursorgaan bekend waren bij het oorspronkelijke besluit.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV om niet terug te komen op de eerdere afwijzing van de WAO-uitkering wordt bevestigd.