ECLI:NL:CRVB:2012:BW6788

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6296 WSF-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:8 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellante beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 oktober 2010. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn was ingediend. Hoewel het beroepschrift was gedateerd op 8 december 2010, werd het pas op 15 december 2010 bij de rechtbank ontvangen, na de uiterste termijn van 9 december 2010.

Appellante voerde aan dat zij het besluit pas op 12 november 2010 had ontvangen en dat het beroepschrift tijdig op 8 december 2010 in Grenoble (Frankrijk) was gepost. De vertraging zou zijn veroorzaakt door hevige sneeuwval en poststakingen in Nederland en Frankrijk. De rechtbank en de Raad oordeelden echter dat deze omstandigheden niet leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding, mede omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was gepost.

De Raad bevestigde dat de beroepstermijn startte op de dag na verzending van het besluit, dus op 29 oktober 2010, en niet op de dag van ontvangst door appellante. De eerdere jurisprudentie van de Raad (uitspraak van 27 augustus 2010) werd hierbij gevolgd. Het hoger beroep van appellante slaagde niet en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

11/6296 WSF-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 september 2011, 10/1472 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (Frankrijk) (appellante)
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak: 16 mei 2012
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: H.L. Schoor
Ter zitting op 16 mei 2012 zijn verschenen:
Appellante in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde mr. R.A. van Wijk, advocaat
en drs. P.M.S. Slagter, vertegenwoordiger van de Minister.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. In de aangevallen uitspraak, waartegen appellante hoger beroep heeft ingesteld, is het beroep van appellante, gericht tegen het besluit van 28 oktober 2010 van de Minister, niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank heeft - kort samengevat - overwogen dat het beroep niet binnen de gestelde termijn is ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift is geëindigd op 9 december 2010. Het beroepschrift is gedateerd op 8 december 2010, door La Poste France gestempeld op 13 december 2010 en bij de rechtbank binnengekomen op 15 december 2010. Appellante heeft als reden voor de termijnoverschrijding aangegeven dat zij het besluit pas op 12 november 2010 heeft ontvangen en het beroepschrift op 8 december 2010 tijdig ter post in Grenoble (Frankrijk) heeft bezorgd. De vertraging in de bezorging is veroorzaakt door hevige sneeuwval in Grenoble, poststakingen in Nederland en poststakingen in Frankrijk. Deze redenen kunnen niet leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding als verschoonbaar moet worden aangemerkt. Wat er ook zij van hevige sneeuwval en poststakingen, appellante is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat zij het beroepschrift tijdig ter post heeft bezorgd.
2. In hoger beroep heeft appellant de gronden die ze in beroep heeft aangevoerd tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, herhaald.
3. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en stelt zich volledig achter de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank. De Raad maakt deze tot de zijne. Evenals de rechtbank gaat de Raad er van uit dat het besluit op 28 oktober 2010 is verzonden. De stelling van appellante dat zij het besluit van 28 oktober 2010 pas op 12 november 2010 heeft ontvangen, zodat de beroepstermijn aanvangt op 13 november 2010 wordt niet gevolgd. De Raad verwijst naar zijn uitspraak van 27 augustus 2010, LJN BN5127, waarin overwogen is dat ingevolge artikel 6:8 van Pro de Algemene wet bestuursrecht de termijn voor het indienen van het beroep niet start bij de ontvangst van een besluit, maar met ingang van de dag na die waarop het besluit aan appellante is verzonden.
4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(get.) H.L. Schoor (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de Centrale Raad van Beroep
TM