ECLI:NL:CRVB:2012:BW7019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens verblijfsstatus en belangenafweging
Appellant, met de Surinaamse nationaliteit en bekend met HIV/AIDS, verzocht op 5 september 2011 om toelating tot maatschappelijke opvang in Rotterdam. Het college wees dit verzoek af op grond van zijn verblijfsstatus en het ontbreken van een noodsituatie die opvang rechtvaardigt. De voorzieningenrechter wees het beroep van appellant af, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant rechtmatig in Nederland verbleef op basis van artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, maar geen aanspraak had op maatschappelijke opvang volgens de Wmo. Medische verklaringen toonden aan dat appellant zijn HIV succesvol behandelde en geen acute ziekte had. De winteropvang was beschikbaar, en de Raad vond geen aanwijzingen dat de weigering van opvang de fysieke of psychische gezondheid van appellant substantieel bedreigde.
De belangenafweging tussen publieke belangen en de particuliere belangen van appellant werd als rechtvaardig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang bevestigd.