ECLI:NL:CRVB:2012:BW7063

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-2998 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.

Appellante maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door verzet aan te tekenen. Zij gaf aan betalingsproblemen te hebben ondervonden door onjuiste bankgegevens en verzocht de Raad om correcte IBAN- en SWIFT/BIC-codes.

De Raad reageerde niet op dit verzoek, maar stelde appellante vervolgens bij aangetekende brief opnieuw in de gelegenheid het griffierecht binnen vier weken te betalen. Ondanks bevestiging van ontvangst en toezegging tot spoedige betaling, heeft appellante het griffierecht niet voldaan.

Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/2998 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 april 2011, 10/6317 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Turkije (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak 21 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 19 augustus 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 16 april 2012, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 19 augustus 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 29 juni 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellante de Raad verzocht de juiste bankgegevens aan haar door te geven omdat zij problemen heeft ondervonden met de betaling van het griffierecht.
Uit de gedingstukken blijkt dat appellante de Raad al bij brief van 19 juli 2011, en dus voor het verstrijken van de betalingstermijn, heeft bericht over betalingsproblemen in verband met een onjuist IBAN nummer. Appellante heeft de Raad verzocht het juiste IBAN nummer en de juiste SWIFT/BIC code aan haar door te geven. Op deze brief heeft de Raad niet gereageerd.
De Raad heeft daarin aanleiding gezien appellante bij - aangetekend verzonden - brief van 17 november 2011 opnieuw in de gelegenheid te stellen het griffierecht, binnen vier weken, te voldoen.
Bij brief van 1 december 2011 heeft appellante de ontvangst van de brief van 17 november 2011 bevestigd en vermeld dat zij een en ander met spoed zal afhandelen.
De Raad stelt vast dat appellante het griffierecht - niettemin - niet heeft betaald.
In die omstandigheden moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
JL