ECLI:NL:CRVB:2012:BW7161
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating tot vrijwillige verzekering AOW en ANW ten onrechte geweigerd wegens overschrijding aanmeldtermijn
Appellant, die in 1990 uitviel uit het arbeidsproces en in 1991 terugkeerde naar Marokko, ontving pas na een besluit van 12 maart 2008 met terugwerkende kracht een WAO-uitkering vanaf 30 april 1991. Hierdoor werd hij achteraf beschouwd als verplicht verzekerd voor de AOW en ANW tot 1 januari 2000. Appellant diende op 13 oktober 2008 een verzoek in tot toelating tot de vrijwillige verzekering, dat werd afgewezen wegens overschrijding van de aanmeldtermijn.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellant niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. De Raad stelt echter vast dat appellant pas na het besluit van 12 maart 2008 op de hoogte kon zijn van zijn verzekeringsstatus en het verzoek kon indienen.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin werd geoordeeld dat het niet melden van lopende WAO-aanvragen niet doorslaggevend is voor het verwerpen van een verzoek. Gezien het feit dat appellant niet onredelijk lang heeft gewacht met zijn verzoek in 2008, concludeert de Raad dat de weigering onterecht was.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de Sociale verzekeringsbank een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De toelating tot de vrijwillige verzekering is ten onrechte geweigerd en het besluit wordt vernietigd.