ECLI:NL:CRVB:2008:BD0036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering toelating tot vrijwillige AOW- en ANW-verzekering wegens termijnoverschrijding
Appellant verzocht op 7 juni 2004 om toelating tot de vrijwillige verzekering krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat het niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
De rechtbank Amsterdam bevestigde dit standpunt en stelde vast dat appellant zich niet eerder had aangemeld en onvoldoende moeite had gedaan om zich te informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering. Appellant was in het jaar voorafgaand aan zijn aanvraag niet verplicht verzekerd, omdat hij niet in Nederland woonde en de wettelijke regeling die voorheen buiten Nederland wonende WAO-uitkeringsgerechtigden verplicht verzekerde, was vervallen per 1 januari 2000.
De Raad overwoog dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die de termijnoverschrijding zouden rechtvaardigen. Appellant had kunnen weten dat hij niet meer verplicht verzekerd was en had zich eerder kunnen aanmelden. Ook had hij de Svb niet tijdig geïnformeerd over de afloop van de WAO-procedure. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering tot toelating tot de vrijwillige verzekering bevestigd.