ECLI:NL:CRVB:2012:BW7175

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1707 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht, maar de Raad heeft dit hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn van vier weken waren ingediend. Appellant heeft hiertegen verzet aangetekend, dat ter zitting is behandeld.

De Raad overweegt dat de gronden van het hoger beroep pas na het verstrijken van de termijn zijn ingediend, namelijk op 5 juli 2011, terwijl de termijn eindigde op 4 juli 2011. De gemachtigde van appellant heeft zich kennelijk vergist in de datum. De aangevoerde argumenten in het verzet leiden niet tot een ander oordeel.

Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 29 mei 2012.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn is ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/1707 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 27 januari 2011, 10/392 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal (college)
Datum uitspraak 29 mei 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 4 oktober 2011 heeft de Raad het door mr. M. el Ahmadi, advocaat, namens appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2011 heeft mr. el Ahmadi namens appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 16 april 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. el Ahmadi. Het college is met voorafgaand bericht niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 4 oktober 2011 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 6 juni 2011 gestelde (laatste) termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat (de gemachtigde van) appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de gronden van het hoger beroep zijn ingediend bij faxbericht van 5 juli 2011. Dat is na het verstrijken van de termijn, die eindigde op 4 juli 2012.
Hetgeen de gemachtigde van appellant in verzet heeft aangevoerd leidt niet tot het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 4 oktober 2011 onjuist is. De Raad kan niet anders dan concluderen dat de gemachtigde van appellant zich - kennelijk - in de datum heeft vergist.
Het verzet is ongegrond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
IvR