ECLI:NL:CRVB:2012:BW7186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak
Appellante was sinds 2003 gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard en ontving toen een WAO-uitkering. In 2008 verzocht zij opnieuw om een WAO-uitkering na een herseninfarct (CVA) dat leidde tot tijdelijke verlammingsverschijnselen. Het UWV weigerde de uitkering omdat de toegenomen beperkingen niet voortvloeiden uit dezelfde ziekteoorzaak als in 2003.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig en uitgebreid was uitgevoerd. Er was geen oorzakelijk verband tussen de beperkingen uit 2003 en die uit 2008. Psychische problemen waren niet toegenomen en er waren onvoldoende objectief-medische aanknopingspunten voor een samenhangend ziektecomplex.
Appellante voerde aan dat haar psychische klachten nooit waren verdwenen en verergerd waren door privéproblemen, maar dit werd niet onderbouwd door medisch bewijs. De Raad volgde het UWV en de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.