ECLI:NL:CRVB:2012:BW7245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische verslechtering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem een WIA-uitkering toe te kennen per 18 november 2009, na eerder ook een WAO-uitkering te zijn geweigerd per 19 december 2007.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant niet zodanig zijn dat hij geen arbeid kan verrichten. De mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op minder dan 15% per 2007 en minder dan 35% per 2009.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat onvoldoende rekening is gehouden met psychische klachten uit 2005. De Raad voegt hieraan toe dat de bezwaarverzekeringsarts in haar rapportage van februari 2011 heeft toegelicht dat alle relevante medische gegevens, inclusief die uit 2005, zijn betrokken bij de beoordeling. Er is geen sprake van een wezenlijke verslechtering van het psychiatrisch ziektebeeld die een uitkering rechtvaardigt.
Daarom bevestigt de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische verslechtering.