ECLI:NL:CRVB:2012:BW7449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vakantiedagen tijdens buitengewoon verlof en FPU-regeling
Betrokkene was sinds 1975 in dienst bij de Universiteit Utrecht en kreeg in 2005 buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging vanwege het opheffen van haar functie. Bij besluit van 5 maart 2009 verleende appellant haar ontslag per 1 juni 2009 in verband met gebruik van de FPU-regeling, waarbij zij het opgebouwde vakantiegeld en eindejaarsuitkering zou ontvangen. Betrokkene verzocht bezwaar tegen het besluit omdat zij een volledige eindafrekening wilde van de tot 1 september 2005 opgebouwde en niet genoten vakantiedagen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene haar vakantiedagen niet kon opnemen tijdens het buitengewoon verlof en dat zij daarom recht had op uitbetaling van deze dagen. Appellant stelde zich op het standpunt dat betrokkene gedurende vier jaar met behoud van rechtspositie was vrijgesteld van arbeid en voldoende gelegenheid had om vakantie op te nemen. De Centrale Raad van Beroep volgt appellant en stelt dat betrokkene daadwerkelijk de mogelijkheid heeft gehad om vakantiedagen op te nemen, wat zij ook heeft gedaan, maar niet heeft doorgegeven aan appellant.
De Raad overweegt dat het buitengewoon verlof niet gelijkstaat aan arbeidsongeschiktheid en dat de toepasselijke CAO-regels bepalen dat niet-genoten vakantiedagen slechts onder bepaalde voorwaarden worden uitbetaald. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en vernietigt het besluit van 11 juli 2011 dat op de uitspraak van de rechtbank was gebaseerd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.