ECLI:NL:CRVB:2012:BW7472
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te laat betalen griffierecht ongegrond verklaard
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring door middel van verzet.
Tijdens de zitting verschenen partijen niet. De Raad overwoog dat het griffierecht pas op 9 augustus 2011 was ontvangen, terwijl de betaling uiterlijk op 8 augustus 2011 had moeten plaatsvinden. Appellante stelde dat de betaling vóór het weekend van 5 augustus was gedaan en dat de vertraging te wijten was aan het bankverkeer. Tevens werd aangevoerd dat de termijn niet fataal was.
De Raad wees dit verweer af omdat artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht dwingend voorschrijft dat niet tijdige betaling van het griffierecht leidt tot niet-ontvankelijkheid, tenzij het verzuim verschoonbaar is. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim verschoonbaar maakten. De Raad verklaarde het verzet daarom ongegrond en bepaalde dat het te laat betaalde griffierecht aan appellante wordt terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbaar te laat betalen van het griffierecht.