ECLI:NL:CRVB:2012:BW7535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellant ontving bijstand als alleenstaande met toeslag, maar het college stelde vast dat hij samen met [K.] een gezamenlijke huishouding voerde. Na onderzoek, waaronder een huisbezoek en het bestuderen van documenten, concludeerde het college dat sprake was van wederzijdse zorg en financiële verstrengeling die verder gaat dan een zakelijke woningdelersrelatie.
Het dagelijks bestuur trok daarom de bijstand van appellant in met ingang van 8 mei 2009. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat er geen sprake was van wederzijdse zorg, maar de Raad oordeelde dat de feiten, zoals het contant overmaken van geld en het betalen van ziektekosten door [K.], duiden op een gezamenlijke huishouding volgens artikel 3 WWB Pro.
De subjectieve gevoelens en motieven van appellant en [K.] zijn niet relevant bij de beoordeling. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant en [K.] een gezamenlijke huishouding voeren volgens de WWB.