ECLI:NL:CRVB:2012:BW7579
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing beroep tegen vaststelling dagloon zonder PGB-inkomsten
In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin het dagloon is vastgesteld zonder rekening te houden met inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB). De rechtbank Breda had het beroep ongegrond verklaard omdat appellant niet had aangetoond dat hij in het refertejaar daadwerkelijk inkomsten uit het PGB had genoten.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel PGB-werkzaamheden had verricht en inkomsten had ontvangen in het refertejaar. De Centrale Raad van Beroep heeft dit echter niet aannemelijk geacht. De jaaropgaaf over 2004 gaf geen duidelijkheid over de maanden waarin de inkomsten waren genoten, en de loonstroken betroffen slechts januari en februari 2004. Bovendien bleek uit de loonstroken en de aanvraag voor een WW-uitkering dat appellant per 29 februari 2004 uit dienst was getreden en als laatste werkdag 15 februari 2004 had opgegeven.
Daarom heeft de Raad geoordeeld dat het niet gerechtvaardigd was om de PGB-inkomsten in de dagloonberekening mee te nemen. Het hoger beroep is verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon zonder PGB-inkomsten wordt bevestigd.