ECLI:NL:CRVB:2012:BW7579

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1733 WIA PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep tegen vaststelling dagloon zonder PGB-inkomsten

In deze zaak heeft appellant beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin het dagloon is vastgesteld zonder rekening te houden met inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB). De rechtbank Breda had het beroep ongegrond verklaard omdat appellant niet had aangetoond dat hij in het refertejaar daadwerkelijk inkomsten uit het PGB had genoten.

Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel PGB-werkzaamheden had verricht en inkomsten had ontvangen in het refertejaar. De Centrale Raad van Beroep heeft dit echter niet aannemelijk geacht. De jaaropgaaf over 2004 gaf geen duidelijkheid over de maanden waarin de inkomsten waren genoten, en de loonstroken betroffen slechts januari en februari 2004. Bovendien bleek uit de loonstroken en de aanvraag voor een WW-uitkering dat appellant per 29 februari 2004 uit dienst was getreden en als laatste werkdag 15 februari 2004 had opgegeven.

Daarom heeft de Raad geoordeeld dat het niet gerechtvaardigd was om de PGB-inkomsten in de dagloonberekening mee te nemen. Het hoger beroep is verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het dagloon zonder PGB-inkomsten wordt bevestigd.

Uitspraak

11/1733 WIA PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 januari 2011, 09/533 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Zitting heeft: I.M.J. Hilhorst-Hagen
Griffier: H.L. Schoor
Ter zitting is verschenen: mr. B. Drossaert als vertegenwoordiger van het Uwv.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. In de aangevallen uitspraak, waartegen appellant hoger beroep heeft ingesteld, is het beroep van appellant tegen het besluit waarin het dagloon is vastgesteld ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hieromtrent - kort samengevat - geoordeeld dat bij de berekening van het dagloon inkomsten uit een persoonsgebonden budget (PGB) niet moet worden meegenomen nu appellant niet heeft aangetoond dat hij in het refertejaar hieruit inkomsten heeft genoten.
2. Appellant heeft in hoger beroep de gronden gehandhaafd die hij aan zijn beroep ten grondslag heeft gelegd. Naar zijn mening is aangetoond dat hij in het refertejaar PGB-werkzaamheden heeft verricht en daaruit inkomsten heeft ontvangen.
3. Naar het oordeel van de Raad heeft appellant ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat hij in het refertejaar (1 maart 2004 - 1 maart 2005) inkomsten uit een PGB heeft genoten. De Raad overweegt hiertoe dat de jaaropgaaf over 2004 niet beslissend is omdat hieruit niet blijkt in welke maanden van dat jaar de inkomsten uit PGB zijn genoten. De loonstroken van het PGB betreffen enkel januari en februari van 2004. Daarnaast staat op de betreffende loonstroken dat appellant uit dienst is getreden op 29 februari 2004 en op de aanvraag voor een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet heeft appellant als laatste werkdag 15 februari 2004 aangegeven. De inkomsten uit PGB zijn dus terecht niet in het dagloon meegenomen.
4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) H.L. Schoor (get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen
JL