ECLI:NL:CRVB:2012:BW7661

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3192 WSF-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Roermond, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant deed hiertegen verzet.

De Raad stelde vast dat het griffierecht niet was voldaan en dat appellant zich niet tijdig had gemeld dat hij niet in staat was het griffierecht te betalen. Pas na het verstrijken van de betalingstermijn verzocht appellant om opschorting van de betalingstermijn, waarop de Raad niet heeft gereageerd.

Gezien deze omstandigheden werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad wees erop dat appellant zich nu alleen nog schriftelijk tot de Minister kan wenden met een verzoek om terug te komen op de eerdere besluitvorming, waarbij de Minister bevoegd is dit verzoek af te wijzen indien er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/3192 WSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 3 mei 2011, 10/1764 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)
Datum uitspraak 5 juni 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 14 oktober 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 oktober 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 7 mei 2012. Appellant is verschenen. De Minister is niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 oktober 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 15 augustus 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft appellant naar voren gebracht dat hij voor de procedure bij de rechtbank Roermond al griffierecht heeft betaald en dat hij financieel niet in staat is (ook) voor het hoger beroep griffierecht te betalen.
De Raad stelt vast dat appellant zich niet voor het einde van de betalingstermijn tot de Raad heeft gewend met de mededeling dat hij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te betalen. Eerst bij brief van 26 september 2011 heeft appellant de Raad verzocht de betalingstermijn op te schorten. Aangezien de betalingstermijn inmiddels was verstreken, heeft de Raad niet gereageerd op deze brief.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
Naar aanleiding van het door appellant ter zitting gedane verzoek hem te laten weten welke (beroeps)mogelijkheden hij nog heeft, merkt de Raad op dat appellant niets anders meer kan doen dan zich - schriftelijk - tot de Minister wenden met het verzoek om terug te komen van de eerdere besluitvorming. Daarbij is van belang dat de Minister bevoegd (maar niet verplicht) is om een dergelijk verzoek af te wijzen indien geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2012.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
TM