ECLI:NL:CRVB:2012:BW7662

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3424 ZW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArtikel 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht binnen gestelde termijn

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep door de Raad van 26 oktober 2011, welke niet-ontvankelijk was verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht binnen de gestelde termijn van vier weken.

Tijdens de zitting van 7 mei 2012 verschenen partijen niet, waarbij het Uwv voorafgaand afwezig was gemeld. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het griffierecht niet is betaald en dat appellant niet tijdig heeft aangegeven niet in staat te zijn het griffierecht te voldoen.

Gezien het ontbreken van een tijdige melding en betaling, oordeelt de Raad dat appellant in verzuim is en verklaart het verzet ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

11/3424 ZW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2011, 09/2217 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak 4 juni 2012.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 26 oktober 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 26 oktober 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 mei 2012, waar partijen - het Uwv met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 26 oktober 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 11 augustus 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft appellant naar voren gebracht dat hij geen geld heeft om het verschuldigde griffierecht te betalen.
De Raad stelt vast dat appellant zich niet voor het einde van de betalingstermijn tot de Raad heeft gewend met de mededeling dat hij niet in staat is het verschuldigde griffierecht te betalen. Niet is gebleken dat appellant daartoe niet in staat is geweest.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
RH