ECLI:NL:CRVB:2012:BW7691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting en niet opgegeven inkomsten
Appellanten ontvingen vanaf 1995 bijstand en werden onderzocht door sociale recherche naar rechtmatigheid van de uitkering. Het college stelde vast dat appellanten kasstortingen en autotransacties niet hadden opgegeven, wat leidde tot herziening en intrekking van de bijstand over diverse maanden in de periode 2002-2007.
Appellanten voerden aan dat de kasstortingen verklaard konden worden door interne rekeningverhoudingen en dat zij niet gehouden konden worden aan verklaringen vanwege taalproblemen. De Raad oordeelde echter dat appellanten onvoldoende controleerbare gegevens hadden overgelegd en dat de kasstortingen terecht als inkomen waren aangemerkt. Ook werd aangenomen dat appellant inkomsten had uit autotransacties, die niet waren gemeld.
De Raad wees het beroep af en bevestigde dat appellanten hun inlichtingenverplichting hadden geschonden, waardoor zij ten onrechte bijstand ontvingen. Er waren geen dringende redenen om af te zien van herziening of intrekking. Het beroep tegen het besluit van 28 juli 2010 werd eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en de herziening en intrekking van de bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.