ECLI:NL:CRVB:2012:BW7771
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld door de gemachtigde van appellante, die stelde dat er een verzoek was gedaan om betaling van het griffierecht in termijnen vanwege financiële omstandigheden, maar dat de Raad hier niet op had gereageerd.
De Raad stelde vast dat geen aangetekende brief met een dergelijk verzoek was ontvangen en dat het verzoek niet tijdig was opgevolgd door navraag bij de Raad. Daarnaast was de brief van de Raad met de betalingsopdracht retour gekomen met de mededeling dat deze niet was afgehaald, maar een tweede verzending per gewone post was niet retour ontvangen, waardoor aangenomen werd dat appellante de brief had ontvangen. De Raad benadrukte dat het op de weg van appellante lag om tijdens afwezigheid de post te regelen.
Gelet op deze feiten werd het verzet ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 juni 2012.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.