ECLI:NL:CRVB:2012:BW7772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonplaats in gemeente Maastricht
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB vanaf november 2005. Tijdens een themacontrole bleek dat appellant op verschillende momenten niet aanwezig was op het opgegeven adres in Maastricht. Een onderzoek, inclusief dossieronderzoek, verklaringen van buurtbewoners, huisbezoeken en verhoor, leidde tot een besluit van het college om de bijstand over een bepaalde periode in te trekken en terug te vorderen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij slechts tijdelijk verbleef bij zijn vriendin in België vanwege ziekte en dat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd. Ook stelde hij dat zijn ADHD hem belemmerde om vragen goed te beantwoorden. De Raad oordeelde echter dat het onderzoek voldoende feitelijke grondslag bood en dat appellant zijn verklaring, ondanks zijn aandoening, betrouwbaar was.
De Raad vond geen aanleiding om het onderzoek als onzorgvuldig te beschouwen en concludeerde dat appellant geen recht had op bijstand omdat hij niet in Maastricht woonde. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.