ECLI:NL:CRVB:2012:BW7847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Correcte vaststelling WAZ-grondslag bij gelijktijdige WIA- en WAZ-uitkeringen
Betrokkene werd op 21 juni 2004 arbeidsongeschikt en kreeg per 13 juni 2005 recht op een WAZ-uitkering en per 14 juni 2006 op een WIA-uitkering. Appellant stelde de WAZ-grondslag per 9 november 2007 vast op € 0,00 vanwege anticumulatie met het WIA-dagloon. Betrokkene maakte bezwaar en de rechtbank oordeelde dat artikel 8 van Pro de WAZ niet van toepassing was en dat de WAZ-uitkering ongekort moest worden toegekend.
In hoger beroep stelde appellant dat bij het intreden van de arbeidsongeschiktheid betrokkene nog verzekerd was op grond van de WAO en dat anticumulatie volgens artikel 8, twaalfde lid, van de WAZ terecht was toegepast. De Raad bevestigde dat de Wet WIA op dat moment nog niet in werking was, waardoor verzekering op grond van de Wet WIA niet mogelijk was. Daarom was de anticumulatie volgens de WAZ correct.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Het verzoek van betrokkene om toepassing van artikel 36, tweede lid, van de WAZ werd buiten beschouwing gelaten omdat dit niet binnen het geding viel. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond.