ECLI:NL:CRVB:2012:BW7863
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante had bij besluit van 2 februari 1995 haar arbeidsongeschiktheidsuitkering ingetrokken gekregen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht te zijn. Dit besluit was onherroepelijk geworden na eerdere procedures. In 2009 verzocht appellante het UWV om herziening van dit besluit, maar het UWV wees dit af omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere besluit onjuist maakten.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij nieuwe medische verklaringen had overgelegd, waaronder een verklaring van haar fysiotherapeute. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan een aanvraag kan afwijzen als geen nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
De Raad concludeert dat het UWV terecht van deze bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en dat er geen sprake is van strijd met geschreven of ongeschreven rechtsregels. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.