ECLI:NL:CRVB:2012:BW8043

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5246 ZVW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
10 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening niet-ontvankelijk verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het hogerberoepschrift. Appellant stelde dat hij het aangetekend verzonden afschrift van de uitspraak niet had ontvangen omdat het retour was gekomen als 'non-réclamé'. Navraag bij de Franse posterijen leverde slechts een algemene verklaring op over mogelijke fouten tijdens vakantieperiodes, wat volgens de Raad onvoldoende is om aan te tonen dat het stuk niet op correcte wijze is aangeboden.

De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat bij aangetekende verzending aan het juiste adres wordt aangenomen dat het stuk de geadresseerde heeft bereikt, tenzij de geadresseerde aannemelijk maakt dat dit niet het geval is. Appellant heeft dit niet voldoende gedaan, waardoor het verzet ongegrond wordt verklaard.

Daarnaast overweegt de Raad dat het College voor zorgverzekeringen op 30 augustus 2011 opnieuw heeft beslist op het bezwaar van appellant, en dat dit besluit deel uitmaakt van het geding in hoger beroep. De niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep werkt niet door in de ontvankelijkheid van het beroep van rechtswege, waarover de Raad nog apart zal beslissen.

De Raad constateert ook dat de rechtbank Amsterdam het beroepschrift van appellant ten onrechte niet aan de Raad heeft doorgezonden, en dat partijen hierover nog nader bericht zullen ontvangen. Er wordt geen veroordeling in proceskosten opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

11/5246 ZVW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2011, 10/4393 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Frankrijk (appellant)
het College voor zorgverzekeringen (Cvz)
Datum uitspraak: 7 juni 2012
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 december 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 december 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 mei 2012, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 16 december 2011 - waarnaar de Raad verwijst - berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant herhaald dat het op 20 juli 2011 door de rechtbank aangetekend verzonden afschrift van de aangevallen uitspraak, dat bij de rechtbank als “non-réclamé” (niet afgehaald) retour is ontvangen, hem niet heeft bereikt. Navraag door appellant bij de Franse posterijen heeft de mededeling opgeleverd dat in de vakantieperiode met invalkrachten wordt gewerkt en dat er dan wel eens iets mis kan gaan.
Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad wordt in geval van aangetekende verzending aan het juiste adres, in beginsel aangenomen dat het betrokken stuk de geadresseerde heeft bereikt. Het ligt dan op de weg van de geadresseerde om feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat een afhaalbericht is achtergelaten dan wel anderszins geen sprake is geweest van een regelmatige aanbieding door de posterijen aan diens adres. Hetgeen appellant naar voren heeft gebracht, is daarvoor niet toereikend. De van de Franse posterijen ontvangen mededeling is van algemene aard en heeft niet specifiek betrekking op de postbezorging op het adres van appellant.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Aansluitend overweegt de Raad nog het volgende.
Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het Cvz op 30 augustus 2011 opnieuw beslist op het bezwaar van appellant. Op grond van de artikelen 6:18, 6:19 en 6:24 van de Awb maakt dit besluit deel uit van het geding in hoger beroep. De niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep werkt in dit geval niet door in de ontvankelijkheid van het beroep van rechtswege (vgl. de uitspraak van de Raad van 11 april 2011, LJN BQ1718). Op dat beroep moet door de Raad dus nog, afzonderlijk, worden beslist.
De Raad heeft ambtshalve kennis gekregen van de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2012, 11/4601, waarbij de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het door appellant tegen het besluit van 30 augustus 2011 bij de rechtbank ingestelde beroep. De rechtbank heeft het beroepschrift van appellant - dus - ten onrechte niet doorgezonden aan de Raad.
Partijen ontvangen op korte termijn nader bericht van de Raad.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2012.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven
KR