ECLI:NL:CRVB:2012:BW8080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet-naleving arbeidsinschakelingsverplichting niet toegestaan
Betrokkenen ontvingen bijstand op grond van de WWB en hadden stageovereenkomsten met de Dienst Werk en Inkomen. Betrokkene 1 stopte zijn stage zonder geldige reden, ondanks dat hij volledig arbeidsgeschikt werd bevonden. Het college besloot daarop tot intrekking van de bijstand per 1 maart 2009, omdat het gezamenlijke inkomen uit stagevergoedingen gelijk zou zijn aan de bijstand.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar van betrokkenen gegrond en vernietigde het intrekkingsbesluit, omdat betrokkene 1 de stagevergoeding niet kon ontvangen door het besluit van het college deze niet uit te betalen. Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 18, tweede lid, WWB bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid de bijstand kan worden verlaagd, maar niet kan worden ingetrokken. De intrekking van de bijstand wegens niet-naleving van de arbeidsinschakelingsverplichting is daarom strijdig met de wet. Het hoger beroep van het college wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd met verbetering van gronden.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De Raad benadrukt dat de stageovereenkomst als een voorziening in de zin van de WWB geldt en dat het college niet bevoegd is de bijstand in te trekken op grond van artikel 54, derde lid, WWB in deze situatie.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-naleving van de arbeidsinschakelingsverplichting wordt vernietigd en de bijstand wordt hersteld.