ECLI:NL:CRVB:2012:BW8091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellante ontving vanaf september 2005 bijstand als alleenstaande ouder. Na een fraudesignaal startte de gemeente een onderzoek naar haar woonsituatie, waaruit bleek dat zij samenwoonde met appellant zonder dit te melden. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten van bijstand terug van beide appellanten.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. Zij voerden aan dat de bijstand niet ten onrechte was verleend omdat, indien de samenwoning was gemeld, bijstand naar de gehuwdennorm zou zijn toegekend, mogelijk zelfs hoger.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde, omdat appellante geen zelfstandig recht op bijstand had zonder melding van de gezamenlijke huishouding. Tevens was appellant, als persoon met wiens middelen rekening gehouden moest worden, mede aansprakelijk. Het ontbreken van zwaarwegende omstandigheden en onvoldoende bewijs van het ontbreken van middelen bij appellant leidde tot bevestiging van de terugvordering.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten van appellante en appellant wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding.