ECLI:NL:CRVB:2012:BW8210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellant, laatst werkzaam als productiemedewerker, ontving een Ziektewetuitkering wegens rugklachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts werd hij per 8 november 2010 weer geschikt geacht voor zijn eigen werk, waarop het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn klachten, waaronder hoofdpijn en psychische problemen, onvoldoende werden meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellant geschikt was voor arbeid standhield.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad vond dat de bezwaarverzekeringsarts het medisch dossier zorgvuldig had bestudeerd, rekening had gehouden met de aard van het werk en de klachten, en dat de medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening van het oordeel. Er werd geen noodzaak gezien voor nader medisch onderzoek.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering rechtmatig is. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant per 8 november 2010 geschikt is voor zijn arbeid en de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.