ECLI:NL:CRVB:2012:BW8218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die het beroep ongegrond verklaarde en het besluit van het UWV handhaafde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering.
De rechtbank baseerde zich op rapportages van de bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige, die via een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende belastbare functies voor appellant vaststelden. De Raad onderschrijft deze bevindingen en ziet geen aanleiding voor nader deskundigenonderzoek.
Appellant stelde een ernstige geagiteerde depressie te hebben en verwees naar een sociaal medisch advies van de GGD volgens welke eerst behandeling nodig is. De Raad acht dit advies niet relevant voor de WIA-beoordeling en constateert dat appellant nog geen behandeling is gestart.
De Raad concludeert dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, de belastbaarheid juist is vastgesteld en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.