ECLI:NL:CRVB:2012:BW8224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft op 22 oktober 2009 een Wajong-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft deze uitkering geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Bij besluit van 8 juli 2010 werd het bezwaar tegen deze weigering ongegrond verklaard.
In de beroepsfase bracht appellante een rapportage in van een verzekeringsarts die stelde dat zij meer beperkingen had dan was vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts stelde daarop een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) op, waarbij sommige punten waren aangepast en andere niet, met motivering.
De rechtbank oordeelde dat het medische onderzoek en de beoordeling van de bezwaarverzekeringsarts juist en zorgvuldig waren en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat de rechtbank ten onrechte de mening van de bezwaarverzekeringsarts boven die van de verzekeringsarts heeft gesteld en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad overweegt dat de medische beoordeling juist is en dat de FML voldoende rekening houdt met de beperkingen van appellante. Ook wijst de Raad op de arbeidsverleden en opleidingen van appellante die niet wijzen op meer beperkingen. Er is geen reden voor het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.