ECLI:NL:CRVB:2012:BW8327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitbreiding hulp bij het huishouden naar klasse 4 op grond van Wmo
Appellante ontving hulp bij het huishouden in klasse 1 wegens lichamelijke beperkingen en vroeg om uitbreiding naar klasse 4. Het college wees dit af op basis van een advies van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat beperkingen alleen bij zeer zwaar huishoudelijk werk vaststelde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat het advies van het CIZ zorgvuldig tot stand was gekomen. Appellante kon haar stelling van een medische contra-indicatie voor lopen, traplopen en zelfverzorging niet onderbouwen met medische stukken.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat persoonlijke verzorging niet onder de Wmo valt maar onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Zonder medische contra-expertise was er geen grond om het advies van het CIZ te verwerpen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag tot uitbreiding van hulp bij het huishouden naar klasse 4 is terecht afgewezen.