ECLI:NL:CRVB:2012:BW8330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing tegemoetkoming verhuiskosten wegens ontbreken medische contra-indicatie traplopen
Appellante heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een tegemoetkoming in verhuiskosten aangevraagd op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), vanwege belemmeringen bij het traplopen naar haar woning op de vierde etage.
Het college wees de aanvraag af op basis van een onderzoek door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat geen medische beperkingen constateerde die een verhuizing noodzakelijk maakten. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond na een herbeoordeling door het CIZ.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond en oordeelde dat het aan appellante was om haar stelling van een medische contra-indicatie met medische stukken te onderbouwen, wat zij niet had gedaan.
In hoger beroep heeft appellante deze onderbouwing wederom niet geleverd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht de adviezen van het CIZ heeft gevolgd en bevestigt de eerdere uitspraak. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de tegemoetkoming in verhuiskosten wordt bevestigd wegens gebrek aan medische onderbouwing van een contra-indicatie voor traplopen.