ECLI:NL:CRVB:2012:BW8382
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van Wubo
Appellant, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, verzocht om uitbreiding van huishoudelijke hulp van vier naar acht uren per week. Verweerder wees dit verzoek af op basis van medische adviezen die concludeerden dat appellant in staat was lichte huishoudelijke werkzaamheden uit te voeren en geen sprake was van ernstige zelfverwaarlozing.
De Raad oordeelde dat de medische adviezen zorgvuldig en in overeenstemming met de feiten waren opgesteld. De aanvraag betrof geen lichte huishoudelijke taken die appellant nog kon verrichten. Er waren geen bijzondere omstandigheden die het beleid van verweerder konden doorbreken, en de situatie van de echtgenote kon niet worden meegewogen.
Een na het bestreden besluit opgetreden TIA en verslechtering konden niet worden betrokken in de beoordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Appellant werd gewezen op de mogelijkheid een nieuwe aanvraag in te dienen bij toename van beperkingen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag tot uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.