ECLI:NL:CRVB:2012:BW8581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning ouderdomspensioen wegens onvoldoende bewijs ingezetenschap echtgenoot
Appellante, geboren in 1939 en woonachtig in Marokko, verzocht om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) als weduwe van haar overleden echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat niet was gebleken dat haar echtgenoot verzekerd was geweest voor de AOW, mede omdat niet was vastgesteld dat hij in Nederland had gewoond of gewerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de door haar overgelegde documenten onvoldoende bewijs boden van ingezetenschap of arbeid in Nederland. In hoger beroep herhaalde appellante dat haar echtgenoot wel degelijk in Nederland had gewerkt en gewoond, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de overgelegde aanstellingsverklaring van de Nederlandsche Wapen- en Munitiefabriek en de stukken van het Algemeen Ziekenfonds voor Amersfoort onvoldoende waren om het vereiste bewijs te leveren. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van het ouderdomspensioen wordt bevestigd.