Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BW8706

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-6414 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
  • R. Kooper
  • K.J. Kraan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77 Besluit algemene rechtspositie politieArt. 8:38 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar ontslagbesluit wegens termijnoverschrijding onterecht

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een ontslagbesluit dat met ingang van 23 augustus 2010 is opgelegd. Dit besluit is per aangetekende post verzonden, maar de korpsbeheerder heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

De Raad oordeelt dat de korpsbeheerder naliet duidelijk te vermelden dat de bezwaartermijn niet opnieuw is aangevangen bij het opnieuw per gewone post verzenden van het besluit. Hierdoor is appellant onterecht op het verkeerde been gezet en kan niet worden aangenomen dat hij in verzuim was.

De aangevallen uitspraak die het bezwaar ongegrond verklaarde wordt vernietigd, evenals het bestreden besluit. De korpsbeheerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van de Raad. Tevens wordt de korpsbeheerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het ontslagbesluit is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard en het besluit wordt vernietigd met opdracht tot nieuwe beslissing.

Uitspraak

11/6414 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 26 september 2011, 11/171 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de korpsbeheeerder van de politieregio Limburg-Zuid (korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 24 mei 2012
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 april 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.J.J. Smeets, advocaat. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.P.C.W. Tummers.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Nadat appellant zijn zienswijze had gegeven op het voornemen van de korpsbeheerder aan appellant met toepassing van artikel 77 van Pro het Besluit algemene rechtspositie politie de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag op te leggen, heeft de korpsbeheerder dat ontslag opgelegd met ingang van 23 augustus 2010. Het desbetreffende besluit (ontslagbesluit) is aan appellant bekendgemaakt bij brief van 9 augustus 2010. Op die brief staat onder het adres van appellant het woord “AANTEKENEN”. Onderaan de brief staat vermeld: “Dit besluit wordt u toegezonden per aangetekende post. Indien u bezwaar heeft tegen dit besluit kunt u binnen 6 weken, na de dag waarop dit besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Korpsbeheerder van de regiopolitie Limburg Zuid, postbus 1230, 6201 BE Maastricht. Zulks onder bijvoeging van een kopie van dit besluit.”
1.2. Appellant heeft op 18 oktober 2010 bezwaar gemaakt tegen het ontslagbesluit.
1.3. De korpsbeheerder heeft dat bezwaar bij besluit van 30 december 2010 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep in de eerste plaats aangevoerd dat hij het ontslagbesluit niet per aangetekende post heeft ontvangen. Bij zijn bezwaarschrift was een kopie gevoegd van het door appellant ontvangen ontslagbesluit, de brief van 9 augustus 2010. Op die brief is onder het woord ‘AANTEKENEN’ met pen geschreven: “verzonden per gewone post 9/9/2010”. Appellant heeft gewezen op de voor postbestellers lastige bereikbaarheid van zijn woning en op klachten van hemzelf en anderen over onregelmatige postbezorging. In het bijzonder heeft appellant gewezen op de verklaring van zijn vader over de periode waarin deze tijdens de vakantie van appellant, in welke periode het ontslagbesluit volgens de korpsbeheerder als aangetekend poststuk is aangeboden, de post voor appellant verzorgde. Appellants vader heeft verklaard dat hij tijdens appellants vakantie meerdere keren in appellants huis is geweest en dat hem toen nooit een aangetekend poststuk is aangeboden en dat hij evenmin een afhaalbericht van een dergelijk stuk bij de post heeft aangetroffen.
Appellant heeft verder aangevoerd dat er in ieder geval sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
4. De korpsbeheerder kan zich vinden in de aangevallen uitspraak.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1. Ingevolge de rechtspraak van de Raad, bijvoorbeeld CRvB 14 juli 2009, LJN BJ3193, verdient het aanbeveling dat de griffier van de rechtbank die ingevolge artikel 8:38 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een stuk opnieuw per gewone post verzendt nadat hij het bij aangetekende brief verzonden stuk terug ontvangt, bij het opnieuw toezenden duidelijk vermeldt dat een in acht te nemen termijn niet opnieuw is aangevangen. Evenzo verdient het aanbeveling dat een bestuursorgaan dat, nadat het binnen de bezwaartermijn een per aangetekende brief verzonden besluit terug ontvangt, het besluit opnieuw per gewone post verzendt - welke handelwijze in beginsel van een bestuursorgaan mag worden verwacht -, bij het opnieuw toezenden duidelijk vermeldt dat de in acht te nemen bezwaartermijn niet opnieuw is aangevangen.
5.2. De korpsbeheerder heeft nagelaten op of bij het per gewone post verzonden ontslagbesluit (tevens) te vermelden dat de onderaan dat besluit genoemde bezwaartermijn niet opnieuw is aangevangen en dat voor de berekening van die termijn moet worden uitgegaan van de bekendmaking van het ontslagbesluit door de aangetekende verzending op 9 augustus 2010. De korpsbeheerder heeft daardoor in dit geval appellant op het verkeerde been gezet. Voor zover er sprake is van een overschrijding door appellant van de bezwaartermijn, kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest. Daarom had de korpsbeheerder de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het ontslagbesluit achterwege moeten laten.
6. Op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat het bestreden besluit in rechte niet houdbaar is. De aangevallen uitspraak waarbij het bestreden besluit in stand is gelaten, moet daarom worden vernietigd, evenals dat besluit. De korpsbeheerder zal met inachtneming van deze uitspraak van de Raad opnieuw moeten beslissen op het bezwaar tegen het ontslagbesluit.
7. Er is aanleiding de korpsbeheerder met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze worden begroot op € 885,82 wegens kosten van rechtsbijstand en reiskosten in eerste aanleg en op € 918,16 wegens kosten van rechtsbijstand en reiskosten in hoger beroep, in totaal € 1.803,98.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 30 december 2010 gegrond en vernietigt dat besluit;
- draagt de korpsbeheerder op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak van de Raad is overwogen;
- bepaalt dat de korpsbeheerder aan appellant het door hem in beroep en in hoger betaalde griffierecht van in totaal € 377,- vergoedt;
- veroordeelt de korpsbeheerder in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 1.803,98, te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en R. Kooper en K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2012.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) N.M. van Gorkum.
HD
Q